Gesetteld

Daar zit je dan met je goede gedrag,

Harley onder je kont, prachtige vrouw, een heel lief kind, hond, blinde kat, super baan en een tuinkantoor. Als ik er zo over nadenk, letterlijk alles wat mijn hart begeert. Het kluslijstje van mijn vrouw bijna afgewerkt en tijd voor hobbies. WTF!

Dit is het dus, dit is het moment dat ik ben gesetteld!

Blinde paniek!

Het kleine kind in me van vroeger is nog nooit zo gelukkig geweest, de wolf in me is zelfs rustig omdat ik prachtige verhalen heb en mooie dingen mag en kan doen voor anderen. Ik ben dan wel gesetteld maar ook intens gelukkig en ‘rijk’.

Het is een mooie weg om te bewandelen als je onderweg ineens beseft dat je al lang op plaats van bestemming bent aangekomen maar je nog rustig even doorgaat om te genieten van de omgeving.

Het besef van dit alles kwam afgelopen weekend, terugrijdend met mijn makkers voor wie ik door het vuur ga en terug. Thuiskomen en weten dat je het gewoon voor elkaar hebt. Het dubbeltje dat een kwartje is geworden.

tijd voor een missie

1994: Provide Care

Het is 1994 vrijdag 25 juli als op het Gezondheidscentrum waar ik dan werk om tien voor vijf een fax binnen rolt.
*vrijwilligers gezocht voor humanitaire missie naar Rwanda*
De aanleiding was de etnische zuivering welke gaande was in Rwanda en waarbij miljoenen mensen op de vlucht waren geslagen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik, bij het zien van de nieuwsbeelden, tegen mijn moeder zei: Daar wil ik helpen. Ik was 21 en net terug uit voormalig Joegoslavië. Het enige wat mijn moeder zei: Is goed vent.
Mijn collega en ik keken naar elkaar en het was geen eens een vragende blik.
Onze namen gingen op die lijst dat stond vast en we waren er ook al van overtuigd dat we hoe dan ook zouden gaan. Even een kort gesprekje en weekend.
Ik had vrij een paar dagen toen ik op 27 juli mijn verjaardag eindelijk telefoon kreeg. Ik moest me de volgende dag melden in Deventer voor een keuring want ik was vrijwillig nadienend dus keuring verplicht.
Natuurlijk ik verslaap me.. taxi gebeld en me naar Deventer laten rijden, gelukkig was ik op tijd en 150 Gulden armer.
Het was dezelfde keuring als voor Joegoslavië dus ik wist de antwoorden al. Het werd alleen even spannend want ik moest volgens de regels minstens 6 maanden thuis zijn.. en dat was ik. zes maanden en 2 dagen. Ik mocht gaan. Kreeg meteen mijn meldingsinstructies voor de volgende dag.
Daar zaten we, ongeveer 80 mensen uit Marine, Luchtmacht en Landmacht, gespannen op wat er komen zou werden we opeens toegesproken. Een stroom van informatie volgde. Ik zou niet weten wat er allemaal gezegd is. Ik weet alleen nog dat we hoe dan ook schokkende dingen zouden zien, er erge ziektes in de tropen voorkomen en 70% van de mensen die we helpen nog zou sterven aan H.I.V. en we eigenlijk allemaal kans hadden een of ander ‘iets’ op te lopen. Als je nu uit deze missie wilde stappen dan kon dat. Ik weet niet meer of er ook maar iemand aan heeft gedacht. Er werd achter de schermen hard gewerkt om ervoor te zorgen dat we naar onze ‘werkplek’ heen konden. want een vliegtuig vol met militairen over andere landen schijnt diplomatiek toch gevoelig te liggen.
We kregen weekend en werden maandag in Soesterberg verwacht om dinsdags te vliegen. Ik heb nog nooit zo’n vreemd weekend gehad. Mijn moeder was op vakantie met mijn broertje en zusje, mijn ‘bonuszus’ had d’r eigen leven. ANWB alarmcentrale maar gebeld. “sorry meneer dat is niet echt een noodsituatie” . De vriend van mijn moeder had wel een mobiele telefoon maar vanwege de kosten niet aan.
Zondagavond toch maar een briefje op tafel gelegd.
Hoi Mam,
Als je dit leest zit ik in Rwanda,
Ik weet niet wanneer ik terug ben.
Ik bel je zo snel het kan.
Ik hou van je,
Roy.
Zondagavond met mijn hebben en houwen op naar het station en vol goede moed naar Soesterberg. Daar was de avond surrealistisch, gissen naar wat er komen zou, onderling toch stiekem je angsten uitspreken en geslapen als een roos.
De maandag was een dag vol met voorlichting, uitdelen van Lariam(anti-malariapillen) en nog meer voorlichting over het conflict. Elk uur leek de status van de missie te veranderen. we gaan wel, we gaan niet. toen we uiteindelijk te horen kregen, dat we pas donderdag zouden vliegen en de rest van het programma zou volgen.
De rest van het programma was een spoedcursus in Hilversum voor mij.. Luiers maken van krantenpapier, hygiëne onder primitieve omstandigheden, plaatsen van infusen, triage en een korte opfrisser van het medische protocol. Succes ermee. Ik voel nog wel de jaloerse blikken of de opmerkingen gevuld met respect dat wij die missie mochten doen. Ik voelde me trots, ik mocht helpen. Mijn inzet zou er toe doen.
Donderdagochtend stond er dan een gammele Boing 737 en die hebben we met de hand in moeten laden. De infuuszakken waren er zoveel dat we precies de hoeveelheid stoelen vrij lieten om zelf nog mee te kunnen. Eindelijk het was zover, de opluchting we zouden gaan. Instappen, laatste check en daar gingen we.
Een vlucht van 14 uur werd ons verteld door de gezagvoerder. We waren er klaar voor en we sliepen, praatten of speelden een spelletje tot we boven Egypte allemaal wakker werden gemaakt. We maakten een tussenlanding want de brandstofpomp was stuk. Ik maakte me toch een beetje zorgen. We landden in Caïro en hebben zeker een half uur getaxied om helemaal achter op het vliegveld te worden geparkeerd. Allemaal militairen om ons vliegtuig we mochten onder geen beding de grond betreden. Beetje lastig in zo’n blikken ding zonder airco (want geen motor) dus de deur mocht open. Er werd een trap tegenaan gereden waarbij ons dwingend werd meegedeeld dat we om de beurt naar buiten op het trapje mochten maar op de onderste tree zouden we worden gearresteerd.
Die mannen keken ook ernstig dus er werd geeneens een grapje over gemaakt.
Na 4 uur wachten konden we op weg, de beelden van de woestijn waren schitterend. Toen werd er omgeroepen dat we er bijna waren. Iedereen zijn tenue in orde en nu begon het dan echt. We zouden landen in Goma(Zaïre) en daar verdere instructies krijgen. De landing werd ingezet en toen we dan eindelijk rolden zagen we mensen met het vliegtuig mee rennen. De kleuren waren heel anders, dat is wat ik me toen als eerste bedacht.
Uit het vliegtuig gekomen begon dan ook echt de opdracht, help hen die hulp nodig hebben.
Na het uitladen en wat beleefde bezoekjes van andere hulporganisaties begon de rit naar het basiskamp. Dit was voor mij surreëel. Goma was een grote stad, bruiste, overal mensen en behalve dan dat alle bomen kaal waren zag ik niks bijzonders. Het basiskamp lag op het grasveld van een hotel, voor de rijkere mensen, die zijn handel had zien instorten door het nabijgelegen vluchtelingenkamp.
Het zwembad en de bar werden meteen off-limits gemaakt voor ons. We hadden een waterwagen, tuinslangen, boogtenten en heel veel ander spul. tijd om op te bouwen. Het kamp stond in no time, iedereen een slaapplek, de wc had een uitzicht over het Kivumeer waar we ook niet in mochten zwemmen i.v.m. bacteriën.

Het werd ons duidelijk deze missie alleen gevechtsrantsoenen, Struik en water, koffie of thee. Toen kregen we een voorlichting van de verkenners die er al een paar dagen waren. Over wat we te zien zouden krijgen, de eerste indrukken en wat onze werkzaamheden waren.
Het was helder, alle zekerheden zoals we die kenden waren weg. Alle dingen die normaal voor ons leken konden we niet op terugvallen. We waren met ons goede voorkomen letterlijk midden in een ramp geland. Oh Joy.
Vol vragen en mokken koffie later lag ik in mijn slaapzak onder mijn muskietennet me af te vragen waar ik aan begonnen was. De nacht was koud en ik dacht hoe de mensen in die kampen sliepen met deze kou en dacht toen aan al die kale bomen.
De ochtend, brak wakker worden in de mooiste omgeving die ik ooit in mijn leven heb gezien. Ik liep naar de waterwagen om mijn waterbak te vullen en vervolgens naar de messtent om een bak koffie te pakken. Het ochtendritueel. Ik heb me nooit weer zo gevoeld als die ochtenden, zo vol van schoonheid om vervolgens vol de ellende in te gaan. Ik mis dat gevoel nog elke dag.

We werden ingedeeld op verschillende projecten, een 1e echelon’s hulppost bij het veldhospitaal van de Israëliërs dat werd mijn plek. Ik voel elke dag mijn fouten die ik daar heb gemaakt en mijn successen die ik daar heb geboekt. Hoe kan ik het werk omschrijven.. de gewondenverzorger werd verpleegkundige, de verpleegkundige werd arts en de arts werd chirurg. Ik werd dus verpleegkundige, wat een verantwoordelijkheid. Er was een Israëlische arts die ons het volgende vertelde:”deze mensen gaan hoe dan ook dood, het is aan ons dat tijdstip wat uit te stellen”. En zo gingen we aan het werk.
Ging het goed? Ja en Nee. Ik heb 3 mensenlevens op mijn kerfstok omdat ik niet goed heb opgelet. Ook heb ik veel meer mensen wel gered. Ik ben ingestort na mijn 1e dode. Ik had me verstopt achter de pallets met waterflesjes, ik was compleet apathisch echt de weg kwijt toen een arts mij in mijn kraag vatte en in gebroken engels een paar niet mis te verstane opdrachten gaf. En onder zijn toezicht hervatte ik mezelf en binnen een kwartier had ik een kind gered, nu ik er over nadenk word ik nog onpasselijk van hoe extreem die emoties waren in slechts anderhalf uur tijd. Dit moment heeft mij getekend voor de rest van mijn leven.

Geen enkel gevoel heeft die pieken en dalen ooit kunnen benaderen.

Ik werd na een week uit het detachement gehaald en bij artsen zonder grenzen neergezet vanwege mijn ervaring met apotheker spelen en ik kreeg de opdracht de pharmacie op te zetten voor alle klinieken en tevens te helpen met het vaccinatieprogramma. Ik werkte toen nog twee dagedelen in de triage tent op het kamp Katale. Ik zal jullie besparen hoe de mensen er bij lagen. Als ik je ken kun je de foto’s wel zien op facebook of hyves.
De missie was verder een hele mooie en hele verschrikkelijke waarin we dingen hebben gezien die mensen eigenlijk niet mee horen te maken. Maar helaas de oorzaak van dit alles waren ook mensen.
Wel was er iemand heel verstandig om ons naast alle ellende 1 dag mee te nemen op safari. Nu ik dit zo typ lees ik hoe bizar dit is. we reden het vluchtelingen kamp uit en we werden omringd door een natuur zo mooi binnen 10 kilometer was ik in een andere wereld. We reden het natuurpark in, nijlpaarden, bavianen, antilopes en weet ik wat nog meer wat mooi en de beloning was midden in het park bij een lodge een hele dikke steak! met patat! en zure maar zo lekkere MAYO!
Volledig opgeladen reden we terug toen we getuige waren van een verschrikkelijk auto ongeluk waarbij een moeder omkwam en we een heel Afrikaans dorp in huilen hoorden uitbarsten.. Ja echt zoals in de film alleen nu voelde je het ook en we waren op slag terug in de realiteit.

Na 8 weken was het afgelopen. Van de 3678 geregistreerde doden per dag was het aantal gedaald naar 342. We hebben met militaire precisie nieuwe klinieken opgezet waar de hulporganisaties met grote ogen naar hebben gekeken. We hebben geholpen zoveel we konden en het was niet genoeg.
De terugreis was heel apart, bijna iedereen is ziek geworden tijdens de terugreis of in de dagen erna. Ikzelf was gezegend met dysenterie waar ik tot op de dag van vandaag nog schade van heb. Tevens zijn er van de 115 collega’s er nog genoeg die er dagelijks zoveel problemen van ondervinden dat ze niet volledig ‘normaal’ kunnen functioneren. Van PTSS tot bacteriën en onbekende bloedziekten. maar ja, we wisten dat we allemaal gehavend thuis zouden komen.
Er zijn dingen die me bij blijven:
De geur van dood bestaat.
Dust in the wind is een mooi lied
Mensen zijn erger dan beesten
Relativeren werkt maar tot een bepaalde hoogte.
Toen ik thuis kwam is de hond 2 weken niet bij mij in de buurt geweest, ik rook naar dood. Mijn moeder heeft het er nu nog over dat ze niet bij mijn kleren in de buurt kon komen die ik fris gewassen dacht mee te hebben genomen.
Ik heb niet alles verteld, dat doet me nog steeds te veel en wil ik alleen doen in een echt gesprek omdat ik het anders nooit uit zou kunnen leggen.

Waarom deel ik dit met jullie?
Omdat de uitzending vergeten is en omdat mensen mij vragen stellen als ik een opmerking maak over Rwanda. maar nog veel belangrijker vind ik het dat jullie weten hoe het komt dat ik ben zoals ik ben. Deze uitzending was mijn ‘life-turner’ het enige wat ik jammer vond was dat ik zo verdomd jong was toen ik er heen ben gegaan. En zouden ze me vandaag bellen stap ik morgen in het vliegtuig.

Dank voor het lezen.
Interessante boeken om meer inzicht te krijgen:
De Crisiskaravaan van Linda Polman en Grap van God van Dick Draulans (geen religieus boek)

Een blog

Lang geleden toen Geenstijl nog een weblog in de marge was en ik er al twee missies in het buitenland op had zitten had ik reeds een weblog. Samen met wat maten onzinnigheid verspreiden, tieten kijken en meer van dat soort zaken waar je als gemiddelde twintigjarige mee bezig bent.

We zijn intussen een paar jaartjes verder. Bloggen deed ik al lang niet meer. Missen deed ik het des te meer.

Tegenwoordig vliegen de vlogs, instagrams en likes je om de oren en bevind ik me in een positie dat ik graag een mening enigzins anoniem de wereld in wil gooien. Dus via dit obscure weblogje ga ik dat doen. Klein, in de kieren van het internet.

Wat fijn dat je leest.